Waarom zou je wachten tot de winkels open gaan?
Als je iets wilt kopen, moet dat direct kunnen. Nu.
Dag en nacht, zonder pauze moet je kunnen doorgaan met kopen.
de winkel (mannelijk); de winkels
1 plaats waar handelsartikelen verkocht worden
voorbeeld
+ zelfstandig naamwoord
een winkel van Sinkel
een allegaartje
+ werkwoord
de winkel op orde houden
de situatie consolideren
winkels kijken
etalages
op de winkel passen
geen initiatieven ondernemen, alleen letten op wat er is
een winkel openen, hebben
een rijdende winkel
winkelwagen
+ voorzetsel
in een winkel staan
winkelbediende zijn
samenstelling
schoenenwinkel, boekwinkel, speelgoedwinkel
2 vroeger de werkplaats van een ambachtsman
voorbeeld
+ voorzetsel
er is veel werk aan de winkel
er is veel te doen
bij iemand in de winkel kijken
zijn werkwijze afkijken
¶ idioom
samenstelling
wereldwinkel, rechtswinkel