Een festival is een (meestal herhalend) evenement waarbij
meerdere artiesten of muziekgroepen live optreden voor het publiek.
Popfestivals in de VS
In Amerika zijn de popfestivals ontstaan dankzij de flowerpower
beweging in San Francisco. Deze groep jongeren, ook wel hippies
genoemd, bestond grotendeels uit studenten en was zeer idealistisch
ingesteld. Zij doorbraken rond 1965 de dancingmentaliteit met
alternatieve muziekfestivals waar de individuele expressie vooropstond
en het samenzijn een van de bepalende kenmerken was. De San Francisco
beweging draaide om termen zoals: terug naar de natuur, love-ins,
drugs, lightshows, underground radio etc. en die manifesteerde
zich in (meestal gratis) popfestivals. Er bestond in de VS al
een traditie van muziekfestivals, maar toen draaide het alleen
om de muziek. De San Franciso beweging heeft de motieven en uitwerking
van de muziekfestivals zeer ingrijpend veranderd. Zo ontstonden
er ook multimediafestivals, zoals het Trips Festival in San Francisco
waar ook schrijvers en schilders optraden. De VS en Nederland
liggen cultureel niet zo ver van elkaar en het duurde dus ook
niet lang voordat deze mode over waaide: in 1967 werd het eerste
popfestival georganiseerd 'Hai in de Rai'. Daarna volgde Utrecht
met 'Flight to Lowlands Paradise' georganiseerd door een Utrechtse
kunstschilder Bunk Bessel. Deze 18 uur durende happening had
geen top-acts (in die tijd lieten artiesten het vaak afweten),
maar wel experimenteel theater, dans, wierrook, dichters, films,
bodypainting en vloeistofdia's en dat voor een tientje (tien
gulden), inclusief ontbijt. Deze festivals waren allemaal
nog 'in-door', maar in 1969 werd de eerste openluchtmanifestatie
georganiseerd in het Gelderse Beek: 'Free Village'.
Popfestivals in Nederland
In 1970 werd voor het eerst een meerdaags openlucht popfestival
georganiseerd. Het driedaagse Holland Pop Festival werd gehouden
in het Kralingse Bos in de buurt van Rotterdam en is door twee
studenten aan het Nederlandse Wetenschappelijk Instituut voor
Toerisme onderzocht als onderwerp voor hun scriptie. Omdat dit
een van de weinige (wetenschappelijke) onderzoeken is die er
bestaan over popfestivals, zal ik de uitkomsten van dit onderzoek
als een exponent beschouwen van de popfestivalcultuur in Nederland.
Alhoewel het onderzoek uit 1970 stamt, bleek zich toen al de
omslag naar grootschalige en publieksgerichte festivals af te
spelen. Het onderzoek behelst geen scherp geformuleerde hypothese,
omdat er geen voldoende relevante gegevens waren over popfestivals,
de popfestival kwamen toen net op dus werden er voorlopige
vragen gesteld over de definitie van het begrip popfestival,
gedrag van de festivalgangers en de gevolgen van dit fenomeen.
Het Holland Pop Festival wordt uitgebreid onder de loep genomen
in hun onderzoek, in samenwerking met meerdere onderzoeksgroepen
zoals het NIMAWO, NRC-Handelsblad, sociologen van de Rijksuniversiteit
te Utrecht en NWIT studenten, omdat er toen vrij veel belangstelling
was voor dit nieuwe fenomeen. We gaan nu terug naar de historie
van het popfestival. De popfestivals werden om te beginnen steeds
groter. Naast doorgaande schaalvergroting, valt er ook een verandering
te bespeuren in de motivatie. De eerste popfestivals waren georganiseerd
op grond van ideële motieven, maar die werden steeds meer
door commerciële motieven vervangen. De organisatoren hoopten
veel geld te verdienen en aan de andere kant vroegen de artiesten
steeds hogere gages. Dit in tegenstelling tot de mentaliteit
in de beginfase toen groepen bijna kosteloos optraden en de prijs
van de toegangskaartjes gebaseerd was op kostendekking. Meestal
was de organisatie uit die tijd dusdanig amateuristisch dan bij
dit soort concerten de helft van het publiek over het hek klom.
Toen de festivals echter steeds grootschaliger werden was de
winstmarge als je iets meer toegangsgeld vroeg heel
aantrekkelijk. Daarnaast moest er meer geld worden geïnvesteerd
om een grote artiest te kunnen boeken. De motieven van de organisatoren
werden daardoor al snel commerciëler. De achterliggende
gedachtes van de oprichting van de Stichting Holland Pop Festival
in 1970 is commercieel van aard (door middel van een stichting
ben je als organisator niet aansprakelijk voor verlies en je
krijgt eerder het vertrouwen van artiesten en de overheid), maar
omvatten ook een ideëel doeleinde, namelijk: 'De belangstelling
voor de cultuur en speciaal voor de moderne uitingen daarvan,
te bevorderen en op deze wijze bij te dragen tot verbetering
van de intermenselijke verhoudingen.'
Het festival was een groot succes, volgens ooggetuige waren
er ruim 100.000 mensen en de organisatie was goed verlopen. Van
politiek engagement zoals in de VS was niet veel te merken, wat
toegeschreven kan worden aan de taalbarrière (de politieke
boodschappen van de bands zijn in het Engels) en aan het feit
dat de Nederlandse samenleving op dat moment niet belast was
met de urgentere problemen waarmee de VS toen te kampen had,
zoals het rassenprobleem en de Vietnamoorlog. Het publiek bestond
overwegend uit scholieren en studenten of hadden een soortgelijke
opleiding al afgerond. De vrijetijdsbesteding van het festivalpubliek
is volgens het onderzoek 'zeer kultureel'. Bijvoorbeeld: slechts
1% kijkt TV. De belangstelling voor dit popfestival komt waarschijnlijk
voort uit de behoefte om vrije tijd door te brengen in een groep
waarin de jeugd, zonder ouderen en zonder opgelegd gezag, zich
vrij kan bewegen, daarnaast bestaat er ook belangstelling van
de overheid voor dit festival, door er onderzoek naar te plegen
en garantiesubsidie te verstrekken.
Er ontstonden in de jaren 70 ook andere popfestivals, zoals
Pinkpop en het Lochemfestival die steeds populairder werden,
maar ook steeds professioneler werden om het festival zo goed
mogelijk te laten verlopen. Er wordt nu heel romantisch gedaan
over de festivals uit de jaren 60 en 70 in Nederland en de VS,
maar door de enorme toeloop en het steeds populairder worden
van dit fenomeen in de jaren 80 organiseert bijna elke
zichzelf respecterende feestcommissie een popfestival was
een professionalisering van de festivalorganisaties bijna onvermijdelijk.
De populariteit van zulke festivals verschillen niet veel van
de onderzoeksresultaten uit de scriptie van 1971. De aantrekkingskracht
van festivals is waarschijnlijk de sfeer, je waant je voor een
paar dagen in een andere wereld, even weg van je eigen normale
leven en om iets nieuws mee te maken. De belangstelling van de
overheid blijft ook. Sommige popfestivals krijgen subsidie, zoals
het Leidse festival Werfpop dat volgens de gemeente Leiden cultureel
verantwoord is omdat de programmering louter wereldmuziek betreft.
kunst (de ~ (v.))
1 het creatief en origineel tot uiting of voorstelling
brengen van gedachten of gevoelens op vaak ontroerende of schokkende
wijze
2 (~en) elk van de disciplines die door kunstenaars
beoefend worden
3 een of meer kunstwerken
4 door oefening en studie verkregen kundigheid, vaardigheid
5 wat door mensen en niet door de natuur is gemaakt =>
namaak
kunst·aas (het ~)
1 nagemaakt aas om mee te vissen
kunst·aca·de·mie (de ~ (v.))
1 hogere beroepsopleiding voor beeldende kunsten =>
kunstschool
kunst·am·bacht (het ~)
1 het beoefenen van een kunst
2 ambacht dat decoratieve afwerking verzorgt
kunst·arm (de ~ (m.))
1 prothese van een arm, van hout, metaal of kunststof
vervaardigd
kunst·been (het ~)
1 prothese van een been, van hout, metaal of kunststof
vervaardigd
kunst·be·schou·wing (de ~ (v.))
1 visie op, beschouwing over kunstvormen
kunst·bloem (de ~)
1 nagemaakte bloem
kunst·bont (het ~)
1 synthetisch product dat op bont lijkt
kunst·bo·ter (de ~)
1 vervangingsmiddel van roomboter => boter
kunst·broe·der (de ~ (m.))
1 medebeoefenaar van een kunst => kunstvriend
kunst·col·lec·tie (de ~
(v.))
1 verzameling kunstobjecten
kunst·druk1 (de ~ (m.))
1 het drukken van platen en prenten
kunst·druk2 (het ~)
1 kunstdrukpapier
kunst·druk·pa·pier (het ~)
1 zeer glad, met krijt bestreken, gewalst papier, veel
gebruikt voor illustratiedruk => kunstdruk
kun·sten (de ~ (mv.))
1 grillen, fratsen => gril
kun·ste·naar (de ~ (m.), ~s)
1 iem. die kunst maakt
kun·ste·naar·schap (het ~)
1 het kunstenaar zijn
2 bedrevenheid als kunstenaar
kun·ste·naars·hand (de ~)
1 de hand, het vermogen van een kunstenaar
kun·sten·ma·ker (de ~ (m.))
1 iem. die acrobatische toeren, goocheltoeren enz. verricht
=> artiest